Wederom mocht ik vertellen over mijn leven.
Eerst in meer algemene zin, vervolgens met betrekking tot gender. En dan vooral het dysforie deel natuurlijk.
Gaandeweg merkte ik dat wederom niets van wat ik vertelde in twijfel getrokken werd.
Een fijne gewaarwording.
Iemand die me nooit eerder had ontmoet luisterde op geheel open wijze naar wat ik te vertellen had.
Het leverde bij mij ontspanning en nog meer openheid op. In hoog tempo passeerden de vele gebeurtenissen uit mijn leven die cruciaal voor mijn ontwikkeling geweest zijn de revue.
Ik praat van nature snel, maar merkte dat ik hier en daar mijn natuurlijke tempo nog opschroefde om maar in de beschikbare tijd zoveel mogelijk belangrijke zaken in kort bestek aan de orde te kunnen stellen.
Vervolgens kwamen de vragenlijsten.
Puur bedoeld om te bepalen of ik mentaal stabiel ben, genoeg ondersteuning ervaar en helpende copingstrategieën heb.
Alles bleek prima in orde, zo werd me helder uit het afsluitende gesprek.
Conclusie van dit alles is dat ik fit bevonden word om verder te gaan in mijn transitie traject.
En gek genoeg voelt dat bijna teleurstellend. Tenminste, het gemak waarmee dit helder werd.
Ik ken mijzelf, ik zit gezond in elkaar en heb werk gemaakt van het te boven komen van de vele lastige gebeurtenissen in mijn bestaan die me grondig door elkaar geschud hadden (tot aan een diepe depressie en een bijna psychose aan toe) en waarschijnlijk juist daardoor verloopt dit proces vloeiend terwijl ik zelf het obstakel element wat mis.
Ik ben gewend om tegen obstakels aan te lopen en daar oplossingen of listen voor te verzinnen.
Dat is nu eenmaal mijn gebruikelijke copingstrategie.
Maar als alles probleemloos verloopt krijg ik zelf het idee dat er iets ontbreekt.
Nu, een dag later, realiseer ik me dat ik eindelijk weer de zorgeloosheid van de eerste vijftien jaar van mijn leven terug aan het vinden ben. De periode waarin ik voornamelijk mijzelf was (nou ja, de vrouwelijke boezem was niet mijn idee, net zo min als ongesteld worden) en nog niet gezien werd als 'vrouwspersoon', maar als de ik die ik altijd al geweest ben. Gender was irrelevant in die eerste vijftien levensjaren.
Toen liep ik nog niet tegen obstakels op die ik het hoofd moest zien te bieden, toen 'scheen de zon' nog elke dag.
Het lijkt erop dat nu ik eindelijk besef dat mijn gender niet overeen stemt met mijn lichaam en ik daar me vrijuit aan overgeef de buitenwereld ineens geen obstakels meer kent.
Ik word herkend en erkend als mijzelf, de persoon die ik altijd al was en meer en meer durf te tonen in het leven alledag.
De second opinion was vooral een beoordeling van waar ik momenteel sta, niet een bepaling of ik wel ik ben.
Dat stuk mag ik lekker zelf blijven bepalen.
Daar is geen diagnose voor nodig!