maandag 6 oktober 2025

Genderdysforie versus gendereuforie

Sinds een goed jaar nu ben ik aan het rondwandelen in de wereld van genderdysforie en meer en meer kom ik tot de ontdekking dat dat een interessante wereld is. Een wereld waar geen probleem gemaakt wordt van handicaps of persoonlijke eigenaardigheden. Ik tref er meer mensen in een rolstoel of met een doventolk of hulphond aan hun zijde dan ik ooit in welke setting dan ook tegengekomen ben. En dat terwijl ik een blinde vader had die zich ook begaf in de wereld waar gehandicapten elkaar treffen.

Het voelt temidden van mensen die op welke wijze dan ook worstelen met genderdysforie als het spreekwoordelijke 'warme bad'. Hier kun je zijn wie je bent, ook als je zelf nog niet volledig helder hebt wie dat eigenlijk is. Hier kun je je vragen stellen, ook als je niet eens weet of je er wel een antwoord op wilt krijgen. Hier kun je zoekende zijn, ongeacht waarnaar je precies zoekt. Mensen die elkaar compleet accepteren in hun menszijn, met alle kanten die daar bij kunnen horen.
Genderdysforie lijkt vooral een situatie te zijn van onbehagen, ongemak, niet geheel jezelf zijn in je eigen vel. En ja, dat is het ook allemaal. Tegelijkertijd kun je incidenteel ook het tegendeel ervaren, gendereuforie, als je ineens gezien wordt als de persoon die je diep van binnen weet dat je bent.

Op bijeenkomsten waar ik nu kom ervaar ik dat nu en dan. Als iemand bevestigt wat ik zo zelden te horen krijg in de buitenwereld. Dat ik herkend wordt als de persoon die ik diep van binnen ben en die niet zo zichtbaar is voor de oppervlakkige kijker.

Gendereuforie ervaar ik soms ook als ik de look die ik mijzelf aanmeet goed geslaagd vind en ik mijzelf herken in de spiegel. Een gevoel dat aanhoudt zolang niemand me aanspreekt op wat ze denken dat mijn gender is, als dat afwijkt van mijn eigen beleving.

In zekere zin zou het hele genderverhaal irrelevant kunnen zijn, wat mij betreft. Een voetnoot in mijn levensverhaal. Een terzijde. Een klein dingetje dat ook bestaat, maar niet heel groot is. Toch ontdek ik juist temidden van hen die ik heb leren kennen in de wereld van genderdysforie dat het helemaal niet klein is, dat het bepaald niet af te doen is als voetnoot of terzijde.
Integendeel, het is groter dan ik mezelf toe wil staan om te voelen, omdat als ik dat gevoel zou toelaten ik mijn hele levensverhaal zie instorten als een verzonnen versie van de werkelijkheid. De vrouw die ik probeer te zijn, omdat iedereen die in mij ziet, bestaat in feite niet, ontdek ik dan. Die vrouw is een rol die ik mijzelf heb aangeleerd van toen ik als jong kind besefte dat mijn lichaam dat van een meisje was en dat dat dus niet een jongen is, hoezeer ik ook gewenst had op te zullen groeien als man.

Toen ik die gedachten alleen nog in mijn eigen hoofd liet rondzingen kon ik makkelijk doen alsof ik deed aan wensdenken en mijzelf iets voorspiegelde dat verzonnen was. Nu ik de gedachten deel en door laat dringen tot mijn bewuste denken, blijken het totaal geen verzinsels of fantasieën te zijn. Het gevoel van thuiskomen in mijzelf is daarvoor te werkelijk, te groots, te aanwezig.

En terwijl ik zoek naar een nieuwe route om te bewandelen in mijn leven, ontdek ik warmte, familiegevoel, verbondenheid, openheid en een gemeenschap waar niemand zich hoeft te verontschuldigen voor welke versie dan ook die momenteel hun werkelijkheid is. Die bijkomstigheid van mijn zoektocht levert me misschien nog wel de meeste gendereuforie op. Mogen zijn wie ik ten diepste ben, ook als dat aan de buitenkant compleet anders overkomt. En wie zou dat nou niet willen? Tevreden kunnen zijn met jezelf, ongeacht hoe je waargenomen wordt door anderen.

woensdag 3 september 2025

Handen en zakken

Toen ik een kind was kreeg ik veelvuldig te horen dat ik mijn handen uit mijn zakken moest halen. Soms werd dat puur als mededeling gebracht, soms meer op de toon van een bevel en altijd begreep ik uit de opmerking dat het niet gewaardeerd werd dat ik deze gewoonte had ontwikkeld.

Het is me nooit goed duidelijk geworden wat het punt precies was, waarom het zo belangrijk was om mijn handen uit mijn zakken te laten. Ergens voelde ik wel aan dat het een of andere etiquetteregel was en dat ik blijkbaar die regel aan het overtreden was, maar nooit werd me helder uitgelegd hoe die regel dan in elkaar zou zitten.

Ik groeide op en ontdekte dat de kleding die ik droeg geen handige zakken had om mijn handen in te stopppen. De gewoonte werd noodgedwongen minder zichtbaar. En daarmee verdwenen ook de opmerkingen over handen uit mijn zaken halen, ik had ze daar immers niet meer.

Inmiddels was ik zo doordrongen geraakt van de noodzaak handen buiten zakken te houden dat ik het zeer opvallend vond als mensen op podia of in een wat groter gezelschap met hun handen in hun zakken stonden. Dat was toch wel duidelijk een teken van gebrek aan beschaving.

Sinds enige tijd valt het me nogal op dat het 'handen in de zakken' verschijnsel inderdaad te maken heeft met de kleding die je draagt. Want sinds ik mij hul in broeken die voor mannen bedoeld zijn verdwijnen mijn handen weer steeds vaker in mijn zakken. Of ik nu sta of loop, het blijkt een prettige plek voor mijn handen. Ze passen er goed in.

En wat recent tot me doordrong was dat het inderdaad een verschijnsel is dat voorbehouden is aan mannen(kleding). Vrouwen hebben in het algemeen geen of zeer kleine zakken in hun kleding en alhoewel hun handen meestal ook iets kleiner zijn dan die van mannen is het verre van comfortabel om je handen in je zakken te doen.

Vervolgens ging ik eens op zoek naar wat dan die 'ongeschreven regel' kan zijn, die handen in zakken als onacceptabel ziet. En toen bleek dat lichaamstaal geduid wordt en dat het signaal 'handen in de zakken' gezien wordt als desinteresse en onzekerheid of ook wel dat je je oncomfortabel voelt. Dat lijkt me eerlijk gezegd nogal een omkering van de beleving van degene met de handen in de zakken.

Onlangs zag ik twee mannen met elkaar in een geanimeerd gesprek staan, beiden hadden hun handen op comfortabele wijze in hun zakken gestoken. Het zag er ontspannen, kalm, geïnteresseerd en betrokken uit. Elkaars lichaamstaal spiegelen is immers ook een teken van contact leggen?

Elke keer als ik mijzelf terugvind met mijn handen in mijn zakken is dat een moment waarop ik me comfortabel voel en zelfverzekerd en met ruimte om interesse voor mijn omgeving op te brengen. Tegelijkertijd hoor ik dan altijd op de achtergrond die stem van vroeger: 'haal je handen uit je zakken.'

dinsdag 22 juli 2025

Kinderseries

Toen ik jong was had ik een aantal favoriete series.
Zo was er Paulus de boskabouter, waar ik me bar weinig van herinner, maar dat mannetje was beslist een identificatie figuur.
Verder was er Pipo de clown, die ik ervoer als een voorbeeld figuur. Zijn vrouw Mammaloe zei me hoegenaamd niets. 
Haar maniertjes waren te overdreven, haar toon was te hysterisch, haar kleding te onpraktisch en haar opmerkingen lang niet zo slim als die van haar man. 
Ook Klukluk, de beste vriend van Pipo, kon ik me mee identificeren. 

Als kind stond ik er totaal niet bij stil dat het mogelijk logischer was me te identificeren met de dochter van Pipo, Petra. Ik vond haar totaal niet interessant. 

Dan was er nog de serie Swiebertje, waarbij ik wederom de hoofdpersoon van de gelijknamige serie helemaal geweldig vond en me totaal niet kon herkennen in Saartje, de dienstbode waarbij Swiebertje kwam opwarmen in de keuken. Zij was maar doorsnee en saai in mijn ogen. 
Swiebertje daarentegen was kleurrijk en geheel zichzelf in zijn afwijken van de gevestigde orde waarin de serie zich afspeelde. 

Ook in de serie Tita tovenaar was het de man die mijn interesse wekte en veel minder Tika, zijn dochter die duidelijk het vak nog niet onder de knie had. 
Tita tovenaar was een man die voldeed aan mijn ideaal beeld van een man, lang van stuk, evenwichtig van karakter en met een hoge mate van eruditie. 

En dan was er toen ik wat ouder werd de heerlijke serie de Dukes of Hazard. 
Twee broers en een auto, wat wil een mens nog meer? 
Nou ja, goede toevoeging was hun oom Jesse, een man met een baard en eveneens het evenwichtige karakter dat mij zo aanspreekt. 
Hun nichtje Daisy echter was in mijn ogen een slecht geklede vrouw die aanstellerig vrouw liep te zijn op een wijze die totaal mijn goedkeuring niet weg kon dragen. 
Als je dan toch vrouw was, dan zeker niet zo! 

Het was me tot vandaag niet zo opgevallen, maar in alle series die ik keek was mijn identificatie punt een man.

Zelfs als een vrouw de hoofdrol had zoals bij Duel in de diepte waar Sylvia Sommer, die per abuis aangezien wordt voor Alma (ter zijde, deze informatie moest ik echt opzoeken, haar naam was totaal niet blijven hangen) een hoofdrol heeft die het verhaal draagt, waren het de mannen die mijn aandacht trokken. En daarbij kon ik mijn hart ophalen, de serie wemelde van de interessante mannen, gespeeld door acteurs als Peter Faber, Rutger Hauer en een heel stel minder bekende namen. 

Ik vond rolmodellen in al deze en vermoedelijk ook andere series in de mannelijke rollen. 
Daar herkende ik mijzelf in, daar spiegelde ik mij aan. 
Dat me dat nu pas zo helder opvalt verbaast me dan ook. 

 

vrijdag 9 mei 2025

Mijmeringen op een zonnige dag in mei

Terwijl ik de tuintafel sta schoon te schrobben die hij ooit in zijn tuin had staan dringt het ineens tot me door. Mijn grote liefde toonde me een manbeeld dat totaal niet strookte met het beeld dat me van jongsafaan was bijgebracht. En sterker nog, het heeft mijn vrouwbeeld ook danig beïnvloed. Waar hij het doodnormaal vond om zelf zijn huis schoon te houden, zijn was te strijken en een bloemetje op tafel te zetten, waren dat voor mij stuk voor stuk zaken die ik compleet associeerde met vrouwzijn. Dus telkens als ik genoot van schoonmaakbezigheden, stond te strijken, of het huis wat fleur gaf met een bloemetje op tafel bevestigde ik aan mijzelf dat ik toch echt wel een vrouw was. Zo werd ik immers door iedereen gezien, niets in mijn verschijning deed iets anders denken. En als ik mijn grote liefde dergelijke dingen zag doen, vanuit zijn overduidelijke manzijn, ging ik er voetstoots vanuit dat hij een uitzonderlijke man was. Dat was hij uiteraard ook, hij was mijn grote liefde. Maar tegelijkertijd toonde hij me een wijze van man zijn die compleet nieuw voor me was en ik pas met terugwerkende kracht begin te erkennen en doorgronden. Hij was niet alleen in staat tot taken die gemiddeld genomen door vrouwen opgepakt worden, hij was evenzeer in staat tot taken die gemiddeld genomen door mannen aangepakt worden. Hij kon sjouwen, hij kon met elektrisch gereedschap omgaan, hij had verstand van auto’s. En het meest bijzondere was misschien wel dat het er allemaal uitzag alsof het de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld was. Wat het natuurlijk ook is! Mijn manbeeld was een zeer beperkt beeld van hoe mannen man kunnen zijn. En ik ben druk bezig om het te herzien. Want als mijn manbeeld zo beperkt is, dan is mijn vrouwbeeld dat ook en als gevolg daarvan is het nog maar de vraag hoe gelaagd en uniek mijn zelfbeeld eigenlijk is. Mogelijk hou ik mezelf al levenslang voor de gek en zijn al mijn eigen gewoonten en handelingen niet gekoppeld aan mijn gender, maar veel meer aan wie ik ten diepste in werkelijkheid ben. En ja, gender is ook uiteindelijk een beeld. Mijn ware wezen roert zich meer en meer in mij en keer op keer realiseer ik me dat mijn uiterlijke verschijning mogelijk slechts een afleiding daarvan is, of, anders gezegd, mogelijk slechts een afgeleide daarvan is.

zondag 4 mei 2025

Stel nu eens dat…..

Terwijl de laatste opvliegers hun weg blijven vinden ontstaat er gaandeweg een nieuw besef. Het zou weleens zo kunnen zijn dat dat hele fenomeen van vrouwelijkheid niet klopt. De borsten die ooit gegroeid zijn en een fascinerende vorm aannamen compleet in harmonie met de rest van het lichaam hebben nooit een gevoel gegeven van trots of vreugde. Zelfs niet toen diverse partners juist dit spontaan ontstane lichaamsdeel in duplo ervoeren als een geschenk dat speciaal voor hen klaarlag om van te kunnen genieten, alsof ze niet vastzaten aan een lichaam met nog veel meer onderdelen. Met gloeiende wangen dringt het door, er is meer aan de hand. Juist het verdwijnen van de maandstonden geeft het gevoel terug dat het lichaam niet slechts een broedmachine is of een lustsymbool, maar een persoon met een naam en een gezicht. Een gezicht dat altijd al gloeiend heet kon worden, ooit aangezien voor extreme verlegenheid, maar mogelijk een ander soort gevoel maskerend, het gevoel van ‘betrapt’, dat in het algemeen behoort bij jezelf voordoen als iemand die je in feite niet bent. Zou dat het werkelijk geweest zijn? Een voorbode van de nieuwe gedachten die gaandeweg steeds krachtiger zich aandienen en amper nog weg te duwen zijn? Al maanden nu gebeurt het keer op keer dat de gedachte postvat dat het niet klopt, dit lichaam als buitenkant van een persoon die zichzelf nooit werkelijk herkend heeft in specifiek die delen van het lichaam die onmiskenbaar aanduiden dat het hier om een vrouw zou gaan. Een mens, uiteraard, maar een vrouw? Nee, het klopt niet. De wangen inmiddels weer afgekoeld en het lichaam nu trillend van de kou, waar het zopas nog van hitte doordrenkt was, voeren de gedachten weer terug naar momenten in het verleden. Felheid over het onrecht dat gold, toen broers zoveel meer bleken te mogen dan zussen, op veel jongere leeftijd al. Woede over de onrechtvaardigheid dat de mening onbeduidend was, waar het ging om melden dat dienst geweigerd zou worden, aangezien er niet eens een verzoek gekomen was om in dienst te treden. De stem die te luid gevonden werd, het enthousiasme dat getemperd moest. En dan de vele opmerkingen over fysieke gedragingen ‘hou je buik in’, ‘hou je benen dichter bij elkaar als je zit’, ‘recht je schouders’. Opmerkingen die nooit in de richting van omringende menspersonen van het andere geslacht gemaakt werden. Onbegrijpelijk, die dubbele moraal. Als kind al viel dat op, dat er diverse regels golden. Wat de een straffeloos kon doen werd de ander eerst afgeraden en vervolgens bij volharding verboden. Dingen als alleen in het donker naar huis fietsen. Altijd had het geleken alsof het kolossale rechtvaardigheidsgevoel het punt was. Daar viel het immers onder te scharen. Waarom zou de ene persoon meer privileges dienen te krijgen dan de andere, terwijl beiden mens zijn in gelijke omstandigheden?
Waarom zou er een code moeten bestaan voor de ene vorm van menszijn en had de andere vorm hoegenaamd geen regels om zich aan te houden?
De afgelopen maanden voelt het als iets nog diepers. Niet alleen dat onrecht over verschil tussen de een en de ander maken is het punt, ook het diepe gevoel dat het niet aangaat deze die zich zo verwant voelt aan die anderen te behandelen als er niet bijhorend. Het is een persoonlijke onrechtvaardigheid gebleken, meer nog dan een algemene die iedereen zou kunnen bezitten en al menigmaal gehoor vond bij diverse anderen van beiderlei kunne. Misschien klopt het simpelweg niet, dit lichaam dat deze persoon omhult. Misschien is deze persoon daadwerkelijk geplaatst in een lichaam dat als ongewenst ervaren wordt. Niet vanwege de ongemakken die deze levensvorm met zich meebrengt, zoals ongesteldheden en alles wat daarbij hoort, aanhangsels op plekken waar iedereen ze voortdurend waar kan nemen en wat dies meer zij. Maar wel vanwege het diepe besef dat het lichaam niet weergeeft wie de persoon ten diepste is. Is dat ooit mogelijk dan? Kan een lichaam uitdrukken wie de persoon die zich erin bevindt daadwerkelijk is? Misschien niet. Maar stel nu eens dat…….

Genderdysforie versus gendereuforie

Sinds een goed jaar nu ben ik aan het rondwandelen in de wereld van genderdysforie en meer en meer kom ik tot de ontdekking dat dat een inte...