vrijdag 9 mei 2025

Mijmeringen op een zonnige dag in mei

Terwijl ik de tuintafel sta schoon te schrobben die hij ooit in zijn tuin had staan dringt het ineens tot me door. Mijn grote liefde toonde me een manbeeld dat totaal niet strookte met het beeld dat me van jongsafaan was bijgebracht. En sterker nog, het heeft mijn vrouwbeeld ook danig beïnvloed. Waar hij het doodnormaal vond om zelf zijn huis schoon te houden, zijn was te strijken en een bloemetje op tafel te zetten, waren dat voor mij stuk voor stuk zaken die ik compleet associeerde met vrouwzijn. Dus telkens als ik genoot van schoonmaakbezigheden, stond te strijken, of het huis wat fleur gaf met een bloemetje op tafel bevestigde ik aan mijzelf dat ik toch echt wel een vrouw was. Zo werd ik immers door iedereen gezien, niets in mijn verschijning deed iets anders denken. En als ik mijn grote liefde dergelijke dingen zag doen, vanuit zijn overduidelijke manzijn, ging ik er voetstoots vanuit dat hij een uitzonderlijke man was. Dat was hij uiteraard ook, hij was mijn grote liefde. Maar tegelijkertijd toonde hij me een wijze van man zijn die compleet nieuw voor me was en ik pas met terugwerkende kracht begin te erkennen en doorgronden. Hij was niet alleen in staat tot taken die gemiddeld genomen door vrouwen opgepakt worden, hij was evenzeer in staat tot taken die gemiddeld genomen door mannen aangepakt worden. Hij kon sjouwen, hij kon met elektrisch gereedschap omgaan, hij had verstand van auto’s. En het meest bijzondere was misschien wel dat het er allemaal uitzag alsof het de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld was. Wat het natuurlijk ook is! Mijn manbeeld was een zeer beperkt beeld van hoe mannen man kunnen zijn. En ik ben druk bezig om het te herzien. Want als mijn manbeeld zo beperkt is, dan is mijn vrouwbeeld dat ook en als gevolg daarvan is het nog maar de vraag hoe gelaagd en uniek mijn zelfbeeld eigenlijk is. Mogelijk hou ik mezelf al levenslang voor de gek en zijn al mijn eigen gewoonten en handelingen niet gekoppeld aan mijn gender, maar veel meer aan wie ik ten diepste in werkelijkheid ben. En ja, gender is ook uiteindelijk een beeld. Mijn ware wezen roert zich meer en meer in mij en keer op keer realiseer ik me dat mijn uiterlijke verschijning mogelijk slechts een afleiding daarvan is, of, anders gezegd, mogelijk slechts een afgeleide daarvan is.

zondag 4 mei 2025

Stel nu eens dat…..

Terwijl de laatste opvliegers hun weg blijven vinden ontstaat er gaandeweg een nieuw besef. Het zou weleens zo kunnen zijn dat dat hele fenomeen van vrouwelijkheid niet klopt. De borsten die ooit gegroeid zijn en een fascinerende vorm aannamen compleet in harmonie met de rest van het lichaam hebben nooit een gevoel gegeven van trots of vreugde. Zelfs niet toen diverse partners juist dit spontaan ontstane lichaamsdeel in duplo ervoeren als een geschenk dat speciaal voor hen klaarlag om van te kunnen genieten, alsof ze niet vastzaten aan een lichaam met nog veel meer onderdelen. Met gloeiende wangen dringt het door, er is meer aan de hand. Juist het verdwijnen van de maandstonden geeft het gevoel terug dat het lichaam niet slechts een broedmachine is of een lustsymbool, maar een persoon met een naam en een gezicht. Een gezicht dat altijd al gloeiend heet kon worden, ooit aangezien voor extreme verlegenheid, maar mogelijk een ander soort gevoel maskerend, het gevoel van ‘betrapt’, dat in het algemeen behoort bij jezelf voordoen als iemand die je in feite niet bent. Zou dat het werkelijk geweest zijn? Een voorbode van de nieuwe gedachten die gaandeweg steeds krachtiger zich aandienen en amper nog weg te duwen zijn? Al maanden nu gebeurt het keer op keer dat de gedachte postvat dat het niet klopt, dit lichaam als buitenkant van een persoon die zichzelf nooit werkelijk herkend heeft in specifiek die delen van het lichaam die onmiskenbaar aanduiden dat het hier om een vrouw zou gaan. Een mens, uiteraard, maar een vrouw? Nee, het klopt niet. De wangen inmiddels weer afgekoeld en het lichaam nu trillend van de kou, waar het zopas nog van hitte doordrenkt was, voeren de gedachten weer terug naar momenten in het verleden. Felheid over het onrecht dat gold, toen broers zoveel meer bleken te mogen dan zussen, op veel jongere leeftijd al. Woede over de onrechtvaardigheid dat de mening onbeduidend was, waar het ging om melden dat dienst geweigerd zou worden, aangezien er niet eens een verzoek gekomen was om in dienst te treden. De stem die te luid gevonden werd, het enthousiasme dat getemperd moest. En dan de vele opmerkingen over fysieke gedragingen ‘hou je buik in’, ‘hou je benen dichter bij elkaar als je zit’, ‘recht je schouders’. Opmerkingen die nooit in de richting van omringende menspersonen van het andere geslacht gemaakt werden. Onbegrijpelijk, die dubbele moraal. Als kind al viel dat op, dat er diverse regels golden. Wat de een straffeloos kon doen werd de ander eerst afgeraden en vervolgens bij volharding verboden. Dingen als alleen in het donker naar huis fietsen. Altijd had het geleken alsof het kolossale rechtvaardigheidsgevoel het punt was. Daar viel het immers onder te scharen. Waarom zou de ene persoon meer privileges dienen te krijgen dan de andere, terwijl beiden mens zijn in gelijke omstandigheden?
Waarom zou er een code moeten bestaan voor de ene vorm van menszijn en had de andere vorm hoegenaamd geen regels om zich aan te houden?
De afgelopen maanden voelt het als iets nog diepers. Niet alleen dat onrecht over verschil tussen de een en de ander maken is het punt, ook het diepe gevoel dat het niet aangaat deze die zich zo verwant voelt aan die anderen te behandelen als er niet bijhorend. Het is een persoonlijke onrechtvaardigheid gebleken, meer nog dan een algemene die iedereen zou kunnen bezitten en al menigmaal gehoor vond bij diverse anderen van beiderlei kunne. Misschien klopt het simpelweg niet, dit lichaam dat deze persoon omhult. Misschien is deze persoon daadwerkelijk geplaatst in een lichaam dat als ongewenst ervaren wordt. Niet vanwege de ongemakken die deze levensvorm met zich meebrengt, zoals ongesteldheden en alles wat daarbij hoort, aanhangsels op plekken waar iedereen ze voortdurend waar kan nemen en wat dies meer zij. Maar wel vanwege het diepe besef dat het lichaam niet weergeeft wie de persoon ten diepste is. Is dat ooit mogelijk dan? Kan een lichaam uitdrukken wie de persoon die zich erin bevindt daadwerkelijk is? Misschien niet. Maar stel nu eens dat…….

Genderdysforie versus gendereuforie

Sinds een goed jaar nu ben ik aan het rondwandelen in de wereld van genderdysforie en meer en meer kom ik tot de ontdekking dat dat een inte...